Module 05 · Cursus · 11 secties · 18 min lezen

Stilstaan & parkeren

Dit is het thema waar het examen je graag klemzet met cijfers. 5 meter? 15 meter? 20 meter? En met woorden waar één term alles verandert: stilstaan, parkeren, tot stilstand gebracht. Het goede nieuws: er bestaat een eenvoudige methode die overal werkt. Voor je parkeert, stel je jezelf drie vragen, altijd in dezelfde volgorde. 1) Hinder ik of breng ik iemand in gevaar? 2) Is er een verkeersbord of een markering die het verbiedt? 3) Sta ik aan de juiste kant, in de juiste richting, op de juiste afstand? Raak je door die drie filters, dan sta je goed. Hou dit kompas vast van het begin tot het einde van de module: op het einde kun je altijd zeggen of een voertuig daar mag staan waar het staat.

5.0
Stap 5.0 op 11

De definities: alles begint hier

Het examen test niet eerst je afstanden, het test je woordenschat. Drie woorden lijken op elkaar, maar betekenen niet hetzelfde. Zolang je ze niet uit elkaar houdt, ga je de mist in.

Stilstaan

Stilstaan is je voertuig niennger dan nodig stil zetten om personen te laten in- of uitstappen, of om goederen te laden of lossen. De kern: het is de handeling die telt, niet de duur. Een verhuis die een uur duurt, blijft stilstaan zolang je echt aan henden bent. Je blijft verbonden met je voertuig en met de bezigheid die aan de gang is.

Parkeren

Parkeren is je voertuig langer stil zetten dan die nodige tijd. Je zet je wagen aan de kant en gaat iets anders doen: je parkeert. Zodra je niemand en niets meer laadt, sta je niet meer stil, dan parkeer je.

Het voertuig dat tot stilstand is gebracht

Let op voor de valstrik. Een voertuig dat door het verkeer tot stilstand is gebracht (een rood licht, een file, een voorrang verlenen) staat volgens de wegcode niet stil en parkeert ook niet. De weg houdt je tegen. Jij beslist niet om te stoppen. De regels voor stilstaan en parkeren gelden op dat moment gewoon niet.

Het voertuig met pech

Een voertuig met pech staat evenmin stil of geparkeerd. Je hebt er niet voor gekozen. Je moet het signaleren (gevarendriehoek) en het zo snel mogelijk aan de kant zetten. De noodsignalisatie komt uitgebreid aan bod in module 11.

Veelgemaakte fout
Een verhuis blijft stilstaan zolang je echt aan henden bent, ook al duurt ze lang. De handeling beslist, niet de klok.
5.1
Stap 5.1 op 11

Waar parkeren: de opgelegde volgorde

De wegcode laat je niet vrij kiezen waar je je wagen zet. Hij legt een voorkeursvolgorde op. Je loopt de lijst af en stopt bij de eerste plaats die mogelijk is.

1. Eerst de berm

Je parkeert eerst op de berm. Binnen de bebouwde kom op de gelijkgrondse berm of de parkeerstrook. Buiten de bebouwde kom op alle bermen en op de parkeerstrook. Waarom die volgorde? Omdat je wagen buiten de rijbaan zetten het verkeer vrij laat en het risico verkleint.

Illustratie in voorbereidingDe wagen staat volledig binnen de doorlopende witte streep die de parkeerstrook afbakent, evenwijdig met de rand en met rechte wielen.

2. Deels op de berm, als het moet

Is de berm niet breed genoeg, dan mag je deels op de berm en deels op de rijbaan gaan staan. Maar is er geen bruikbaar voetpad, dan moet je de voetgangers een vrije doorgang van minstens 1,5 meter laten. Waarom 1,5 meter? Dat is de breedte waarop een kinderwagen of iemand in een rolstoel voorbij kan zonder de rijbaan op te moeten.

Illustratie in voorbereidingDe wagen staat half op de berm, twee wielen ernaast. De dubbele pijl meet de vrijgelaten ruimte: anderhalve meter, genoeg om een kinderwagen te laten passeren zonder op de rijbaan te moeten.

3. Op de rijbaan, als laatste redmiddel

Is er geen bruikbare berm, dan parkeer je op de rijbaan, volgens de plaatsingsregels uit het volgende punt. Dat is de laatste keuze, nooit de eerste.

De parkeerstrook is een gelijkgrondse berm die is afgebakend met een doorlopende witte streep. Hoe je ze precies herkent, staat in module 01.

Veelgemaakte fout
De 1,5 m voor de voetgangers is geen beleefdheid, het is een verplichting zodra je op de berm staat en er geen bruikbaar voetpad naast ligt.
5.2
Stap 5.2 op 11

De plaatsingsregels op de rijbaan

Als je op de rijbaan moet parkeren, ligt je plaats niet vrij. Ze volgt eenvoudige regels, altijd bedoeld om de doorstroming niet te hinderen.

Tegen de rechterrand, in de rijrichting

Je gaat zo dicht mogelijk tegen de rechterrand staan, in de richting waarin je rijdt. Nooit links, behalve in een eenrichtingsstraat. Waarom rechts? Omdat tegen de rijrichting in parkeren je dwingt om het verkeer te kruisen om je op te stellen, en een voertuig oplevert dat de verkeerde kant op staat.

Eenrichtingsstraat: beide kanten

In een eenrichtingsstraat gaat iedereen dezelfde kant op, dus mag je rechts of links parkeren. Dat is de enige uitzondering op de rechterrand.

Illustratie in voorbereidingAan beide stoepen staan wagens geparkeerd, allemaal in de rijrichting. Het bord van het eenrichtingsverkeer aan de ingang is wat de linkerkant toelaat.

Evenwijdig, nooit dubbel geparkeerd

Je zet je evenwijdig met de rand, tenzij een markering iets anders oplegt (schuin of haaks). En nooit dubbel geparkeerd: een wagen naast een andere blokkeert een hele rijstrook en brengt iedereen die eromheen moet in gevaar. Het inhalen van een stilstaand voertuig komt aan bod in module 06.

De afstanden bij het parkeren

Je laat plaats voor de anderen. Er moet minstens 1 meter ruimte zijn tussen jouw voertuig en dat vóór of achter je. En de regel gaat verder dan die ene meter: je mag nergens parkeren waar je een ander voertuig belet zijn plaats te bereiken of te verlaten. Ook op meer dan een meter ben je in fout als je hem klemzet.

Op een rijbaan met eenrichtingsverkeer moet je een vrije doorgang van minstens 3 meter laten, zodat het verkeer kan blijven passeren.

Veelgemaakte fout
Dubbel parkeren is nooit toegelaten, ook niet “heel even”. Twee minuten dubbel geparkeerd is al een overtreding.
5.3
Stap 5.3 op 11

Stilstaan noch parkeren: de 3 zones

Dit is de strengste familie: de plaatsen waar je niet mag stilstaan én niet mag parkeren. Om ze te onthouden, leer je ze niet door elkaar. Rangschik ze volgens waar het verbod geldt. Precies dat test het examen: overal, op de rijbaan én de berm, of enkel op de rijbaan. En onthoud: er wordt nooit zomaar iets verboden, het gaat altijd om het zicht, de doorgang of de veiligheid.

Overal verboden (rijbaan, berm, alles)

  • Overal waar je zonder noodzaak een gevaar of hinder vormt: het algemene principe dat boven al de rest staat.
  • Op de autosnelweg en de autoweg: niet op de rijbaan, niet op de opritten, niet op de pechstrook. De pechstrook is er voor echte noodgevallen, niet voor een pauze.
  • Op de voetpaden: die zijn voor de voetgangers, een wagen duwt ze de rijbaan op.
  • Op een verhoogde inrichting (verkeersdrempel), behoudens andere signalisatie: erop parkeren breekt de functie en ontneemt het zicht.
  • Op de fietspaden, en op minder dan 5 meter van de plaats waar ze op de rijbaan aansluiten: een wagen dwingt de fietser daar het verkeer in te zwenken.
  • Op de dambordmarkeringen en de verdrijvingsvlakken: dat zijn zones die vrij moeten blijven om het verkeer vlot te houden.
  • Op de verkeersgeleiders.
  • Op de sporen (tram- of treinsporen): stilstaan en parkeren verboden. Enkel gedwongen tot stilstand komen aan een licht, op sporen die in de rijbaan liggen, kan nog, zolang het licht duurt.
  • Op een overweg: levensgevaarlijk. Het is een overtreding van de 4e graad, een zware fout op het examen. ZF
  • Op de voorbehouden rijstroken (bus, bijzondere overrijdbare bedding).
  • Op de parkeerplaatsen voor personen met een handicap zonder de speciale kaart.
Illustratie in voorbereidingDe wagen bedekt de witte stroken van de oversteekplaats, die onder het koetswerk verdwijnen. Het rode kruis duidt de fout aan; de voetganger wacht aan de rand en zal eromheen moeten.

De valstrik: fietspad of fietssuggestiestrook

Let op, de twee zijn niet gelijk. Op het fietspad (gescheiden van de rijbaan) zijn stilstaan en parkeren verboden. Maar op de fietssuggestiestrook (gewoon een fiets op de rijbaan geschilderd, zonder scheiding) is parkeren toegelaten, want die strook hoort bij de rijbaan. Hoe je het verschil herkent, staat in module 01.

Verboden op de RIJBAAN ÉN de BERM

  • Op de oversteekplaatsen voor voetgangers en voor fietsers.
  • Op een kruispunt zonder verkeerslichten: op minder dan 5 meter van het verlengde van de rand van de dwarsweg. Waarom 5 m? Om de hoek vrij te houden en iedereen zicht te geven op de straat die hij kruist.
  • Op een kruispunt met verkeerslichten: op minder dan 20 meter vóór de lichten. Omdat het de bedoeling is ze niet te verbergen, is er een uitzondering: staat het licht op 1,65 m of hoger boven de rijbaan, dan kan je wagen het niet verbergen en geldt de regel van 20 meter niet.
  • Op minder dan 20 meter van de verkeerslichten en verkeersborden die buiten de kruispunten staan, als je voertuig ze zou verbergen.
Illustratie in voorbereidingOp de vier hoeken van het kruispunt loopt de rode zone vijf meter aan weerszijden van het verlengde van de rand van de dwarsstraat. De groene wagen staat er net voorbij; de rode staat erin en is in fout.
Illustratie in voorbereidingDe rode zone ligt maar aan één kant: vóór de oversteekplaats, in de rijrichting, over vijf meter. Net erna staat de groene wagen correct geparkeerd.

Enkel op de RIJBAAN verboden

  • Op minder dan 5 meter vóór een oversteekplaats voor voetgangers (aan de kant waar je aankomt): een wagen die er vlak voor staat, verbergt een kind dat wil oversteken.
  • Onder bruggen (op de rijbaan) en in tunnels, behoudens andersluidende aanwijzing.
  • In de nadering van de top van een helling en in een onoverzichtelijke bocht: een voertuig verscholen achter een verhoging of een bocht, dat is een zekere aanrijding voor wie eraan komt.
  • Ter hoogte van de wegmarkeringen die het verbieden (de gele onderbroken streep aan de rand, zie verderop). Het herkennen van de markeringen staat in module 02.

De valstrik van de brug: op een brug parkeren mag. Enkel onder een brug, op de rijbaan, is het verboden. En onder een brug, op de berm of een parkeerstrook, mag het weer. Het is niet de brug die het verbiedt, het is je plaats op de rijbaan op een plek zonder zicht.

Veelgemaakte fout
OP een brug mag je parkeren. ONDER een brug op de rijbaan niet. ONDER een brug op de berm wel. Het is nooit de brug die het verbiedt, het is de rijbaan op een plek zonder zicht.
5.4
Stap 5.4 op 11

Parkeren verboden maar stilstaan toegelaten

Tweede familie, de meest verraderlijke: de plaatsen waar je mag stilstaan (iemand of iets afzetten of laden) maar niet mag parkeren (blijven staan). Het onderscheid stilstaan/parkeren uit punt 5.0 wordt hier beslissend.

  • Voor garagepoorten en opritten: je mag stilstaan om iemand af te zetten, je mag er niet blijven staan. De logica: wie zijn wagen wil buitenrijden, niet blokkeren. Eén bekende uitzondering geldt voor de bewoner voor zijn eigen garage.
  • Daar waar voetgangers en fietsers de rijbaan moeten gebruiken om een hindernis te omzeilen: daar parkeren duwt ze nog verder het verkeer in.
  • Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bus- of tramhalte (ter hoogte van het bord of de markeringen): de bus moet aan het voetpad kunnen aanleggen en weer vertrekken.
  • Voor de toegangen tot eigendommen, de nooduitgangen en de brandkranen: de toegang blijft vrij voor de hulpdiensten.
  • Daar waar je spoorvoertuigen zou hinderen (de tram): de tram kan niet om je heen.
  • Buiten de bebouwde kom, op de rijbaan van een voorrangsweg (het ruitbord): parkeren is er verboden, want een voorrangsweg moet vlot en vrij blijven.
  • Overal waar de overblijvende vrije doorgang smaller zou worden dan 3 meter: onder die drempel raakt het verkeer er niet meer voorbij, dus parkeren verboden.
  • In een woonerf of erf, buiten de gemarkeerde plaatsen: je parkeert er alleen waar de grond of een bord het toelaat, nooit zomaar ergens langs de straat.
  • Op een rijbaan met een centrale rijstrook: de middenstrook moet vrij blijven voor het verkeer.
  • Op een rijbaan die in rijstroken verdeeld is, behalve op de voorziene plaatsen: een strook waar een wagen staat, is een strook minder.
  • Buiten de bebouwde kom, aan de linkerkant van een rijbaan met gescheiden rijrichtingen: je zou tegen het verkeer in staan, met de rug naar het verkeer.
  • Daar waar een tegenover geparkeerd voertuig het kruisen onmogelijk zou maken: met zijn tweeën versper je de straat.
  • Langs een gele onderbroken streep aan de rand van de rijbaan: parkeren verboden, stilstaan toegelaten. Hoe je die markering herkent, staat in module 02.
Illustratie in voorbereidingDe wagen staat stil voor de garagepoort, maar de bestuurder is achter het stuur gebleven en een passagier stapt uit. De handeling is bezig: dat is stilstaan, geen parkeren.
Illustratie in voorbereidingDe paal, het schuilhuisje, en op de grond de gele markeringen langs de stoep. Het zijn die markeringen, en niet het schuilhuisje, die de zone van de halte afbakenen.
Illustratie in voorbereidingDe paal van de halte dient als referentie. De rode zone loopt aan weerszijden vijftien meter ver en laat de bus de ruimte om tegen de stoep aan te leggen. De groene wagen staat er net voorbij; de rode is in fout.
Veelgemaakte fout
Buiten de bebouwde kom, op een voorrangsweg (het ruitbord), is parkeren verboden. Een klassieker: de voorrangsweg moet vrij blijven.
5.5
Stap 5.5 op 11

De verkeersborden voor stilstaan en parkeren

Na de algemene regels komt de tweede vraag van de methode: is er een verkeersbord dat het verbiedt of regelt? Hier passen we de borden toe; hoe je ze precies herkent, staat in module 02.

Eén balk of twee: het verschil dat alles bepaalt

  • parkeerverbod Eén balk: parkeren verboden, stilstaan toegelaten. Eén enkel verbod.
  • stilstaan en parkeren verboden Twee gekruiste balken: stilstaan noch parkeren. Allebei verboden.

Ezelsbruggetje: één streep: één verbod (parkeren); twee strepen: twee verboden (stilstaan én parkeren). Tel de strepen en je hebt het antwoord.

Illustratie in voorbereidingDe blauwe schijf met rode rand draagt maar één schuine balk. Erachter staat niemand geparkeerd, maar een wagen staat stil met open koffer: onder dit bord blijft lossen toegelaten.
Illustratie in voorbereidingDezelfde straat, hetzelfde kader, maar de schijf draagt twee gekruiste balken en de rand van de rijbaan is volledig leeg. Onder dat bord sta je helemaal niet stil.

Waar en tot waar ze gelden

Het bord geldt aan de kant waar het staat, vanaf zijn plaats en tot aan het volgende kruispunt, behoudens andersluidende aanwijzing. Aanvullende pijlen geven het begin, de herhaling in het midden of het einde van het verbod aan. Sommige dragen data of uren (verbod van de 1e tot de 15e, of op bepaalde uren) of regelen beurtelings parkeren.

Parkeren toegelaten en geregeld

De blauwe vierkante borden met een grote witte P doen het omgekeerde: ze laten parkeren toe en regelen het. Ze kunnen het voorbehouden aan auto's, aan bepaalde voertuigen, of het opleggen op het voetpad of de berm wanneer het bord dat toont. Er bestaat ook een zonebord voor parkeren, met zijn bord voor het einde van de zone.

Veelgemaakte fout
Beide borden lijken op het eerste zicht op elkaar. Tel de strepen: één: enkel parkeren verboden, twee: stilstaan én parkeren verboden.
5.6
Stap 5.6 op 11

De blauwe zone en de parkeerschijf

De blauwe zone is een echte klassieker op het examen, want ze combineert een bord, een schijf en een tijdsduur. Het principe: parkeren is er beperkt in de tijd, en de parkeerschijf is verplicht.

Je parkeerschijf instellen

Je legt je parkeerschijf achter de voorruit, ingesteld op het streepje dat volgt op je aankomstuur. Kom je aan om 10.20 uur, dan zet je hem op 10.30 uur. De standaardduur is 2 uur, tenzij het bord iets anders aangeeft.

Wanneer ze geldt

De blauwe zone geldt in de regel op werkdagen, tijdens de uren die op het bord staan. Daarbuiten geldt de schijf niet. Eén ding is uitdrukkelijk verboden: je schijf verzetten, dat wil zeggen terugkomen om het uur vooruit te draaien en langer te blijven staan. De duur is een maximum, geen teller die je weer op nul zet.

Illustratie in voorbereidingLinks het bord van de blauwe zone aan de ingang van de straat. Rechts de schijf achter de voorruit, met de wijzer op een halfuurstreep en niet ertussen.

Parkeerautomaten en betalend parkeren

Elders is parkeren betalend: je neemt een ticket aan de parkeerautomaat en legt het achter de voorruit. Bewoners hebben vaak een bewonerskaart die hen in hun buurt vrijstelt van betaling.

Illustratie in voorbereidingDe parkeerautomaat langs de stoep, met zijn scherm, zijn betaalgleuf en de opening voor het ticket. Erachter de rij wagens die allemaal een ticket moeten tonen.

De parkeerkaart voor personen met een handicap

De parkeerkaart voor personen met een handicap laat je toe te parkeren op de voorbehouden plaatsen en geeft elders voordelen. Daartegenover staat dat die plaatsen absoluut gerespecteerd worden: er zonder kaart parkeren betekent iemand die ze echt nodig heeft, in de kou zetten.

Illustratie in voorbereidingHet pictogram van de rolstoel staat groot op de grond geschilderd, de plaats is wit afgebakend en het bord bevestigt het op zijn paal. De plaats is vrijgelaten.
Veelgemaakte fout
Je schijf “verzetten” om langer te blijven staan is een overtreding. De aangegeven duur is een maximum, geen teller die je opnieuw start.
5.7
Stap 5.7 op 11

Je voertuig veilig verlaten

Parkeren houdt niet op wanneer de wagen stilstaat. Wat je doet bij het uitstappen telt evengoed, en het examen test dat.

Voor je de wagen verlaat

Je legt de motor af, je trekt de handrem aan, je haalt de sleutel uit het contact en je doet op slot. Een voertuig dat je achterlaat, moet beveiligd zijn, niet zomaar neergezet.

Op een helling: de wielen indraaien

Op een helling mag de wagen niet naar het verkeer wegrollen als de rem het begeeft. Je draait de wielen in en zet de wagen in versnelling (of in stand P bij een automaat). Bergaf draai je de wielen naar het voetpad: rolt de wagen, dan botst hij tegen de boordsteen in plaats van de straat af te rollen. Bergop draai je de wielen naar de rijbaan: rolt hij achteruit, dan botst hij eveneens tegen de boordsteen.

Illustratie in voorbereidingDezelfde hellende straat, twee keer. Bergaf staan de wielen naar de stoep gedraaid; bergop naar de rijbaan. In beide gevallen toont de pijl hetzelfde resultaat: de band loopt tegen de boordsteen in plaats van de straat op te rollen.

Je portier veilig openen

Voor je je portier aan de straatkant opent, kijk je in je spiegels en over je dode hoek, die zone die de spiegels niet tonen en die je enkel ziet door je hoofd te draaien (techniek uitgewerkt in module 06). Een portier dat opengaat zonder te kijken, dat is dooring: een fietser die aankomt, knalt vol tegen het portier. Een simpele truc, de dutch reach: open met je andere hand (de rechterhand voor het linkerportier). Die beweging draait je bovenlichaam en je blik vanzelf naar achteren, en zo zie je de fietser komen.

Illustratie in voorbereidingLinks gaat het portier open met de linkerhand: het bovenlichaam blijft naar voren gericht en de fietser komt recht in de baan van het portier, buiten het gezichtsveld. Rechts doet dezelfde beweging met de rechterhand het bovenlichaam draaien, en de blik kruist de fietser voor het portier opengaat.

De motor nienten draaien

De motor zonder reden stationair laten draaien is slecht voor het milieu en is een overtreding. Wagen geparkeerd, motor af.

Veelgemaakte fout
Je portier openen zonder je dode hoek te checken is een fout, en levensgevaarlijk voor een fietser. De blik naar achteren vóór het openen is niet optioneel.
5.8
Stap 5.8 op 11

De tijdsduren en bijzondere gevallen

Een paar tijdslimieten en verbodsbepalingen vervolledigen de module. Ze komen minder vaak voor, maar ze zijn makkelijk te onthouden en leveren zekere punten op.

  • Een voertuig met pech mag niennger dan 24 uur op de openbare weg blijven staan.
  • Een reclamevoertuig (waarvan de functie is reclame te dragen) mag niennger dan 3 uur op dezelfde plaats parkeren.
  • Het is verboden een voertuig te koop of te huur op de openbare weg uit te stallen.
  • Aanhangwagens die van hun trekkend voertuig zijn losgekoppeld, volgen bijzondere parkeerregels.

De signalisatie van een voertuig met pech (gevarendriehoek, waarschuwingsknipperlichten) en wat je precies moet doen, staat uitgebreid in module 11.

Veelgemaakte fout
Het reclamevoertuig is 3 uur, geen 24. Verwar het niet met pech. Twee verschillende duren, twee verschillende situaties.
5.9
Stap 5.9 op 11

Sancties en ambtshalve takelen

Fout parkeren heeft niet altijd dezelfde gevolgen. Je moet onderscheiden wat hindert van wat gevaar oplevert, en de boete van de gewone retributie.

Hinderlijk of gevaarlijk

Hinderlijk parkeren en gevaarlijk parkeren staan niet op hetzelfde niveau. Hoe meer risico het parkeren oplevert (op een overweg, in een onoverzichtelijke bocht), hoe hoger de graad van de overtreding. De graden in detail staan in module 09.

Het ambtshalve takelen

Wanneer een voertuig echt hindert of gevaar oplevert, kan de politie het ambtshalve laten wegslepen, op kosten van de bestuurder. Je vindt je wagen terug op het depot en betaalt het wegslepen bovenop de boete.

Boete of retributie

Twee dingen om niet te verwarren. Een strafrechtelijke boete bestraft een overtreding van de wegcode (verboden of gevaarlijk parkeren). Een parkeerretributie is een bedrag dat de gemeente vraagt wanneer je de parkeerautomaat niet betaald hebt of de blauwe zone overschreden hebt: dat is geen strafrechtelijke overtreding, het is de prijs van het niet-betaalde parkeren.

Veelgemaakte fout
De parkeerautomaat niet betalen is geen strafrechtelijke boete, het is een gemeentelijke retributie. Parkeren op een overweg is een overtreding. Twee verschillende werelden.
5.10
Stap 5.10 op 11

Eindsamenvatting

De hele module past in deze tabel en deze paar richtpunten. Onthoud je deze pagina, dan kun je altijd zeggen of een voertuig daar mag staan.

De dubbele tabel

Voor elke plaats: mag je stilstaan? mag je parkeren? en waar geldt het verbod?

PlaatsStilstaanParkerenWaar het verbod geldt
Op een oversteekplaats voor voetgangersNeeNeeRijbaan + berm
Op minder dan 5 m vóór een oversteekplaatsNeeNeeRijbaan
Op een fietspad (en op 5 m van de aansluiting)NeeNeeOveral
Op een fietssuggestiestrook (fiets geschilderd)JaJaToegelaten (hoort bij de rijbaan)
Hoek van het kruispunt, op minder dan 5 m van de dwarsrandNeeNeeRijbaan + berm
Op minder dan 20 m van lichten en bordenNeeNeeRijbaan + berm
Op een voetpadNeeNeeOveral
Op een overwegNeeNeeOveral (zware fout) ZF
Onder een brug, op de rijbaanNeeNeeRijbaan
Op een brugJaJaToegelaten
Voor een garagepoortJaNeeEnkel parkeren verboden
Op minder dan 15 m van een bushalteJaNeeEnkel parkeren verboden
Langs een gele onderbroken streepJaNeeEnkel parkeren verboden
Buiten de bebouwde kom, op een voorrangswegJaNeeEnkel parkeren verboden
Bord met één balkJaNeeAan de kant waar het staat, tot het kruispunt
Bord met twee balkenNeeNeeAan de kant waar het staat, tot het kruispunt

De methode, in 3 vragen

Stel je bij elke plaats deze drie vragen, in deze volgorde. De eerste die “nee” antwoordt, beslist.

  1. Hinder ik of veroorzaak ik gevaar? Zicht ontnomen, doorgang versperd, een weggebruiker het verkeer in geduwd. Zo ja, dan is het nee, en daar is geen bord voor nodig.
  2. Is er een bord of een markering die het verbiedt? Een bord met één of twee balken, een onderbroken gele streep, een voorbehouden plaats.
  3. Sta ik correct? Zo dicht mogelijk bij de rechterrand, in de rijrichting, evenwijdig, en naast de rijbaan als de berm het toelaat.

De cijfers die je vanbuiten moet kennen

  • 5 m: vóór een oversteekplaats, aansluiting van een fietspad, hoek van een kruispunt.
  • 15 m: aan weerszijden van een bus- of tramhalte.
  • 20 m: van de lichten en borden die buiten een kruispunt staan.
  • 1,5 m: doorgang voor de voetgangers wanneer je op de berm staat.
  • 3 m: minimale vrije doorgang die je op de rijbaan laat.
  • 24 u: maximale duur voor een voertuig met pech.
  • 3 u: maximale duur voor een reclamevoertuig.

* Bronnen van deze module: koninklijk besluit van 1 december 1975, artikelen 2 (definities van stilstaan en parkeren), 23 (plaatsing van het stilstaande en geparkeerde voertuig), 24 (plaatsen waar stilstaan en parkeren verboden zijn), 25 (plaatsen waar enkel parkeren verboden is), 27 (beperkte parkeertijd en schijf) en 27bis (voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap).

Veelgemaakte fout
Twijfel je, keer dan terug naar de 3 vragen, in volgorde. Hinder of gevaar, dan het bord, dan je plaats. Negen op de tien situaties zijn al bij de eerste vraag beslist.

Theorie gelezen? Test jezelf.

Ga de uitdaging aan met de quiz van deze module — verbeterde vragen, examenstijl.

Doe de quiz van de module →
Discussies over deze module Naar het forum
Een vraag stellen