Conseils Permis

Begeleider worden voor een voorlopig rijbewijs in België: alles wat je moet weten voor je ja zegt

Begeleider worden is niet gewoon rechts gaan zitten. Er zijn vier wettelijke voorwaarden, een verplichte opleiding in twee van de drie Gewesten, en verantwoordelijkheden die op jou wegen. Hier staat alles, zonder jargon.

Begeleider worden voor een voorlopig rijbewijs in België: alles wat je moet weten voor je ja zegt

Je zoon, je kleine zus of je petekind is net geslaagd voor de theorie en vraagt of jij begeleider wil zijn. Je gaat natuurlijk ja zeggen. Maar eerst moet je twee dingen weten die bijna niemand duidelijk uitlegt.

Ten eerste moet je vier precieze wettelijke voorwaarden vervullen. Ontbreekt er één, dan weigert de gemeente je gewoon op het voorlopig rijbewijs te zetten, en zit het dossier vast.

Ten tweede moet je in twee van de drie Gewesten een verplichte opleiding volgen voor je leerling zijn praktijkexamen mag afleggen. En in Vlaanderen geldt daarbovenop een termijn van vijf maanden. Ben je te laat, dan schuif je zijn examen op zonder het zelfs te beseffen.

We overlopen alles: de voorwaarden, de opleiding per Gewest, wat je in de auto moet doen, wat jij persoonlijk riskeert, en de verzekering. Alles gestaafd met Belgische teksten.

De vier voorwaarden, en daar valt niet over te onderhandelen

Ze staan in het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, in artikel 3. De tekst is kort en ondubbelzinnig.

Eén, je moet sinds minstens 8 jaar houder en drager zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig voor het besturen van voertuigen van categorie B.

Twee, je mag niet vervallen zijn verklaard van het recht tot sturen, en dat ook niet geweest zijn in de laatste drie jaar.

Drie, je moet vermeld staan op het voorlopig rijbewijs en vooraan in het voertuig plaatsnemen.

Vier, je mag niet als begeleider vermeld zijn geweest op een ander voorlopig rijbewijs tijdens het jaar dat voorafgaat aan de afgifte van dat van je leerling. Met één grote uitzondering die we verderop uitspitten.

Dat is alles. Geen leeftijdsvoorwaarde, geen test, geen uittreksel voor te leggen. Maar elk van die vier regels sluit mensen uit, en je zal merken dat de derde en de vierde in de praktijk de meeste problemen geven.

Acht jaar rijbewijs, niet acht jaar rijervaring

De meest misbegrepen voorwaarde. Wat telt is de datum waarop je je rijbewijs B behaalde, niet je werkelijke ervaring achter het stuur.

Heb je je rijbewijs negen jaar maar reed je zes jaar niet omdat je zonder auto in de stad woonde? Dan ben je een geldige begeleider voor de wet. Rijd je veertigduizend kilometer per jaar maar heb je je rijbewijs pas zevenenhalf jaar? Dan kan je het niet zijn.

Kijk naar de datum op je rijbewijs voor je ja zegt. Op de recente kaarten staat ze op de achterkant, op lijn 4a voor de afgiftedatum en in de tabel met categorieën voor de datum waarop je categorie B behaalde. Die laatste telt.

Een klein rekensommetje: omdat je je rijbewijs B ten vroegste op je achttiende haalt, is de jongst mogelijke begeleider 26 jaar. Dat staat nergens als regel geschreven, het is gewoon een optelling.

Het rijbewijs moet ook Belgisch of Europees zijn, en geldig. Een rijbewijs afgeleverd buiten de Europese Unie laat niet toe begeleider te zijn, ook al rijdt de houder al twintig jaar in België.

Het verval, de voorwaarde die echt uitsluit

Je kan geen begeleider zijn als je vervallen bent verklaard van het recht tot sturen, en ook niet als je dat in de voorbije drie jaar was.

Let op met de woorden, want in België noemen we in het dagelijks taalgebruik drie verschillende dingen allemaal je rijbewijs kwijt zijn, en maar één daarvan blokkeert je statuut van begeleider.

Het verval van het recht tot sturen is de straf die een rechter uitspreekt in de politierechtbank. Dat is degene die telt, en ze sluit je daarna drie jaar uit.

De onmiddellijke intrekking van vijftien dagen bevolen door de procureur des Konings is geen verval, wel een veiligheidsmaatregel vóór het vonnis. Het rijverbod van twaalf uur dat de politie langs de weg oplegt evenmin. Die twee maatregelen beletten op zich niet dat je begeleider bent.

Maar wees eerlijk met jezelf. Na een onmiddellijke intrekking volgt vaak een vonnis, en dat vonnis beslist. We legden de drie mechanismen en hun gevolgen uit in ons dossier over het rijbewijs kwijt zijn in België.

Nog dit: de gemeente zal je geen document vragen om te bewijzen dat je niet vervallen bent. Ze kijkt het na in haar databanken. Het heeft dus geen zin om iets te verbloemen.

Je kan niet de hele buurt begeleiden

Dit is de regel die mensen aan het loket ontdekken, en ze verrast iedereen.

De tekst zegt dat de begeleider niet als begeleider vermeld mag zijn geweest op een ander voorlopig rijbewijs tijdens het jaar dat voorafgaat aan de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs. Kortom: één begeleider, één leerling tegelijk, met een jaar tussenruimte.

Alleen is de uitzondering enorm en dekt ze de grote meerderheid van de echte situaties. Het verbod geldt niet voor je echtgenoot, je kinderen, je kleinkinderen, je broers, je zussen en je pupillen.

Heb je twee tieners die tegelijk leren rijden, dan is er dus geen enkel probleem. Wil je je neef begeleiden terwijl je vorig jaar je buurvrouw begeleidde, dan zit je vast, want een neef staat niet in de lijst met uitzonderingen.

Check dit punt voor je iets belooft. Het is de vaakst voorkomende reden voor een weigering, na de acht jaar.

Eén begeleider, of twee

Het voorlopig rijbewijs model 36 maanden aanvaardt twee begeleiders. Het besluit voorziet dat uitdrukkelijk: een tweede begeleider kan vermeld worden, ofwel bij de afgifte, ofwel tijdens de leerperiode.

Dat is de klassieke en eerlijk gezegd meest comfortabele opstelling: papa en mama, of een ouder en een grote broer. Zo rust niet alles op één persoon, en kan je leerling ook rijden wanneer de ene niet beschikbaar is.

De tweede begeleider moet exact dezelfde vier voorwaarden vervullen. Er is geen hoofdbegeleider en reservebegeleider, beiden staan op gelijke voet.

Je kan er ook eerst één zetten en later een tweede toevoegen. De tekst voorziet dat, en het is vaak slimmer dan meteen twee mensen vast te leggen.

De verplichte opleiding hangt af van je Gewest

Dit is het punt dat het meeste tijd kost, en dat begeleiders bijna altijd te laat ontdekken. De drie Gewesten vragen niet hetzelfde.

GewestVerplichte opleiding voor de begeleiderFormaatWanneer
VlaanderenJa, het vormingsmoment3 uur, 20 €, attest 10 jaar geldigMinstens 5 maanden voor het praktijkexamen
WalloniëJa, het rendez-vous pédagogique3 uur, samen met de leerlingVoor het praktijkexamen, in de vrije begeleiding
BrusselNeeNiets te volgen als begeleiderNiet van toepassing

En let op een detail dat gezinnen op de grens van twee Gewesten in de val lokt: AIBV schrijft zwart op wit dat een gelijkwaardige opleiding gevolgd in Wallonië niet aanvaard wordt in Vlaanderen. Het zijn twee aparte systemen, geen twee versies van hetzelfde.

In Vlaanderen: het vormingsmoment, en zijn termijn van vijf maanden

Kreeg je leerling zijn voorlopig rijbewijs met begeleider vanaf 1 maart 2024 in het Vlaams Gewest, dan moet jij het vormingsmoment gevolgd hebben. Geen opleiding, geen praktijkexamen voor hem.

Concreet zijn dat drie uur in een erkende rijschool of bij een erkende instructeur, digitaal of ter plaatse naargelang wat de school aanbiedt, voor twintig euro. Het is geen examen en geen theorieles. Het is een sessie die je uitlegt hoe je iemand begeleidt zonder zijn leerproces te verknoeien.

Je krijgt een attest dat tien jaar geldig is. Je deelname wordt digitaal geregistreerd door de Vlaamse overheid en je vindt ze terug via Mijn Burgerprofiel. Begeleid je vijf jaar later een tweede kind, dan begin je niet opnieuw.

De valkuil is de kalender. De opleiding moet gevolgd zijn minstens vijf maanden voor het praktijkexamen van je leerling. Dat is geen formaliteit die je de week ervoor regelt. Ben je te laat, dan schuif je zijn examen op, punt.

Er zijn twee vrijstellingen. Begeleiders op een voorlopig rijbewijs M12 vallen er niet onder, en wie iemand begeleidt die een M18 omzette naar een M36 evenmin. In die twee gevallen geldt de termijn van vijf maanden ook niet.

Bijzonder geval voor de oudgedienden: nam je deel aan een begeleidersopleiding tussen oktober 2017 en maart 2020, dan moet je ze niet overdoen. Maar omdat die deelnames niet digitaal geregistreerd werden, moet je het papieren begeleidersattest van toen voorleggen op de dag van het praktijkexamen. Zoek het nu, niet de avond ervoor.

In Wallonië: het rendez-vous pédagogique, met zijn tweeën

De Waalse logica is anders. Het rendez-vous pédagogique richt zich tot de kandidaat-bestuurders van de vrije begeleiding en, volgens het AWSR, tot elk van hun begeleiders. Jullie gaan samen, en dat is net de bedoeling.

De sessie duurt drie uur. Ze gaat niet over de wegcode maar over hoe je samen leert rijden: hoe je een aanwijzing op het juiste moment geeft, hoe je reageert als het misloopt, hoe je een opbouw maakt in plaats van rondjes te draaien in dezelfde wijk.

De leerling gaat naar huis met een roadbook dat hij moet voorleggen op de dag van het praktijkexamen, en dat de examinator nakijkt.

Zit je in de vrije begeleiding in Wallonië, beschouw dat rendez-vous dan als de eerste stap van het traject, niet als een vakje dat je op het einde aankruist.

In Brussel: niets voor jou, maar negen maanden geduld

Het Brussels Gewest legt de begeleider geen enkele opleiding op. Je vervult de vier voorwaarden, je staat vermeld op het voorlopig rijbewijs, en klaar is kees.

Het gewestelijke portaal beschrijft daarentegen vier opleidingswegen met erg verschillende leerperiodes, en dat is wat voor jou telt.

Brusselse wegOpleiding in de rijschoolLeerperiode met begeleiderLeeftijd
Vrije begeleidingGeenMinimum 9 maanden17 jaar en ouder
CombinatieMinimum 14 uurMinimum 6 maanden17 jaar en ouder
Rijschool met leerperiodeMinimum 20 uurMinimum 3 maanden18 jaar en ouder
Rijschool zonder leerperiodeMinimum 30 uurGeenRechtstreeks naar het examen

Negen maanden vrije begeleiding is lang. Heeft je leerling haast, dan brengen veertien uur rijschool die termijn terug naar zes maanden. Dat is een rekensom die je samen maakt vanaf de start.

Elders zijn de minimumperiodes onder voorlopig rijbewijs korter: het koninklijk besluit legt drie maanden vast in het Waals Gewest en vijf maanden in het Vlaams Gewest. Reken die termijn dus mee vanaf de dag dat het voorlopig rijbewijs afgeleverd wordt, niet vanaf de dag dat je leerling zich klaar voelt.

Wat je in de auto moet doen

Je plaats is vooraan. De tekst legt het op: de begeleider moet vooraan in het voertuig plaatsnemen. Niet achteraan, niet in een auto die volgt.

Je hebt geen bedieningsorganen, anders dan een rijschoolinstructeur wiens wagen dubbele bediening heeft. Je enige gereedschap is je stem en je blik. Dat betekent dat je permanent verder vooruit moet kijken dan je leerling.

Het voertuig moet achteraan het teken L dragen, goed zichtbaar. Dat is geen versiering: in Brussel waarschuwt het gewestelijke portaal dat het examen niet doorgaat als de wagen geen L en geen tweede binnenspiegel heeft. Neem die gewoonte dus meteen aan vanaf de eerste rit.

Die tweede binnenspiegel is trouwens degene waarmee jij naar achter kan kijken zonder je nek te verdraaien. Hij is vereist voor het examen. Koop hem meteen, hij kost een paar euro en je hebt er maanden plezier van.

Wie er mee in de auto mag

Strikte regel op het model 36 maanden, en een van de meest overtreden regels zonder dat mensen het beseffen.

De houder van het voorlopig rijbewijs mag enkel vergezeld worden door de ene of de andere of door beide begeleiders, en eventueel door een gebrevetteerde rijinstructeur, met uitsluiting van elke andere passagier.

Vertaald: geen vriend achterin, geen kleine broer, geen oma die je onderweg afzet. Alleen de begeleiders die op het document staan.

Veel gezinnen denken dat zolang er een begeleider bij is, de rest niet uitmaakt. Dat klopt niet, en het is net zo een detail dat zich tegen je keert bij een controle of een ongeval. Het is net zo een detail dat onschuldig lijkt tot het moment waarop het dat niet meer is.

De uren waarop jullie niet mogen rijden

Deze valt altijd op het verkeerde moment, typisch op een zaterdagavond.

Het besluit is duidelijk: de kandidaat mag niet rijden van 22 uur tot 6 uur de volgende ochtend op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van wettelijke feestdagen en op wettelijke feestdagen.

De nachten van vrijdag op zaterdag, van zaterdag op zondag en van zondag op maandag zijn dus verboden, plus alle vooravonden van feestdagen en de feestdagen zelf.

Een nacht van dinsdag op woensdag om 23 uur mag daarentegen wel. En dat is zelfs een uitstekend pedagogisch idee: in het donker rijden hoort bij de opleiding, en je ontdekt dat beter met jou ernaast dan een maand na het behalen van het rijbewijs.

Wat bijna geen enkele begeleider weet: voor alcohol tel jij mee als bestuurder

Dit is het belangrijkste punt van dit hele artikel, en net daarover hoor je nooit iets.

De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer straft wie in een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, boven de alcoholdrempels. Dat is de letterlijke formulering, en ze komt zowel terug in artikel 34 voor de alcoholintoxicatie als in artikel 35 voor de staat van dronkenschap.

Je leest het goed. Begeleiden met het oog op de scholing wordt op dezelfde manier geviseerd als besturen. Je houdt het stuur niet vast en toch val je onder de overtreding, met dezelfde drempels en dezelfde straffen.

Dat betekent dat dezelfde grenzen voor jou gelden: 0,22 milligram per liter uitgeademde lucht, oftewel 0,5 gram per liter bloed. En dat de maatregelen van 2026 ook jou aanbelangen: twaalf uur rijverbod bij een positieve controle, en een onmiddellijke intrekking van vijftien dagen vanaf 0,35 milligram per liter sinds februari 2026.

De klassieke situatie is een barbecue bij vrienden. Je hebt twee glazen gedronken en denkt dat het niet erg is omdat je zoon terugrijdt. Juridisch is dat exact hetzelfde als wanneer je zelf achter het stuur zat.

En er is een keerzijde: de wet viseert ook wie iemand aanzet of ertoe brengt een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing terwijl die persoon duidelijke tekenen van alcoholintoxicatie vertoont. Met andere woorden, je vraagt niet aan iemand die gedronken heeft om even begeleider te spelen, ook niet om uit de nood te helpen.

De regel past in één zin. Mag je niet rijden, dan mag je niet begeleiden.

Je mag niet betaald worden, ook niet een beetje

Het besluit is categoriek: met uitzondering van de gebrevetteerde rijinstructeurs mag niemand de houder van een voorlopig rijbewijs B tegen betaling begeleiden.

Dat viseert informele afspraken van het type ik geef je twintig euro per uur en jij leert me rijden. Betaalde rijopleiding is een monopolie van de erkende rijscholen, en dat is bewust zo.

Het belet natuurlijk niet dat je leerling de brandstof betaalt of je achteraf op een restaurant trakteert. Wat verboden is, is een vergoeding in ruil voor de begeleiding.

En als er een ongeval gebeurt

Eerst dit: tijdens de leerperiode is je leerling de bestuurder. Jij niet. Hij houdt het stuur vast, en de verkeersregels slaan in de eerste plaats op hem.

De burgerlijke aansprakelijkheid, die de schade aan anderen vergoedt, wordt gedekt door de BA-verzekering van het voertuig. Die verzekering is in België verplicht voor elk voertuig dat in het verkeer wordt gebracht, en ze vergoedt de materiële en lichamelijke schade aan derden. Zo een derde kan een andere weggebruiker zijn, een voetganger, of zelfs een passagier.

Wat de BA niet dekt, is de schade van de aansprakelijke zelf. Daarvoor heb je een omnium of een bestuurdersverzekering nodig, aparte waarborgen.

Jouw eigen strafrechtelijke aansprakelijkheid kan daarentegen wel in het gedrang komen voor je eigen tekortkomingen. Zit je boven de alcoholdrempels, dan is dat jouw overtreding, niet die van je leerling. Liet je iemand rijden zonder geldig voorlopig rijbewijs, dan gaat dat ook over jou.

Tot slot een vervelend punt: worden de voorwaarden van het voorlopig rijbewijs niet nageleefd, dan kan dat gevolgen hebben voor de verzekeringsdekking bij een ongeval. Een vriend achterin, een rit om middernacht op zaterdag, een begeleider die niet op het document staat: die drie dingen lijken onschuldig en zijn dat niet.

De verzekering, te regelen vóór de eerste rit

Het vaakst voorkomende geval is de leerling die oefent met de auto van zijn ouders. Dat is helemaal niet verboden, maar er is één reflex die je moet hebben.

Verwittig je verzekeraar. Een telefoontje of een mail volstaat, en het kost je vijf minuten. Wat de verzekeraar interesseert, is niet zozeer dat het rijbewijs voorlopig is, wel de leeftijd en het gebrek aan ervaring van de bestuurder, zeker als die het voertuig regelmatig gebruikt.

Het niet doen levert je niets op. Het laat je alleen een discussie riskeren op het slechtst denkbare moment, namelijk na een schadegeval.

Maak van de gelegenheid gebruik om twee andere zaken na te kijken: of je een rechtsbijstand hebt, en wat je contract voorziet voor de schade van de bestuurder zelf.

Van begeleider veranderen of er een toevoegen onderweg

Het gebeurt voortdurend: de begeleider verhuist, verandert van job, of jullie verdragen elkaar niet meer in een auto. Dat is voorzien.

Je moet langs het gemeentebestuur van de woonplaats van de leerling. De FOD Mobiliteit is duidelijk op één punt: het kan nog niet online via BelDrive, je moet je verplaatsen.

De nieuwe begeleider moet de vier voorwaarden vervullen, net als de eerste. Neem een identiteitsbewijs en je rijbewijs mee, de gemeente kijkt de anciënniteit en het ontbreken van verval na.

Anticipeer een beetje. Tussen het bezoek aan de gemeente en de aanmaak van het nieuwe document kunnen enkele dagen zitten waarin de leerling niet met de nieuwe begeleider mag rijden. Plan die wissel dus niet in de week van een vertrek op vakantie.

De klassieke fouten van begeleiders

We zien ze onophoudelijk terugkomen, en ze kosten maanden.

De verplichte opleiding drie weken voor het examen ontdekken. In Vlaanderen, met zijn termijn van vijf maanden, is dat wiskundig fataal. Doe ze in de maand na de afgifte van het voorlopig rijbewijs.

Denken dat een tweede volwassene de begeleider even kan vervangen. Nee. Alleen wie op het document staat mag mee.

Begeleider worden terwijl je het jaar ervoor iemand anders begeleidde, buiten de toegelaten familiekring. De weigering valt aan het loket.

Zes maanden lang rondjes draaien in dezelfde wijk. Je leerling zal uitblinken in de rit naar de bakker en verloren lopen op een rotonde met drie rijstroken. Wissel bewust van terrein.

En de allervaakste: onophoudelijk commentaar geven. Drie goedgeplaatste aanwijzingen zijn beter dan veertig opmerkingen. Daar komen we meteen op terug.

Hoe je goed begeleidt, concreet

De wet zegt wat je moet doen. Ze zegt niet hoe je nuttig bent. Dit is het belangrijkste, geplukt bij wat instructeurs doen.

Kondig vooraf aan, niet tijdens. Op het volgende kruispunt sla je rechtsaf zeg je driehonderd meter op voorhand, niet op het moment van het afslaan. Een late aanwijzing veroorzaakt net het bruuske manoeuvre dat je wou vermijden.

Kies één doel per rit. Vandaag de rotondes, morgen het parkeren, volgende week de autosnelweg. Een lerend brein werkt niet aan vijf dingen tegelijk.

Blijf kalm als het misloopt, en roep vooral niet. Een leerling die bang is van jou kijkt naar jouw reactie in plaats van naar de weg. Dat werkt averechts en het is gevaarlijk.

Doe de bespreking stilstaand, met de motor uit. Twee minuten op het einde, twee dingen die goed gingen, één ding voor de volgende keer. Niet meer.

Plan het onaangename bewust in. Regen, duisternis, spitsuur, ondergrondse parking, autosnelweg op een zondag. Dat zijn precies de situaties die je leerling uit zichzelf vermijdt, en die het verschil maken op de examendag én daarna.

En noteer de kilometers. Het roadbook is verplicht in Wallonië, maar het is overal een goed idee: het maakt de vooruitgang zichtbaar en het motiveert.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de voorwaarden om begeleider te zijn in België?

Vier. Sinds minstens acht jaar een Belgisch of Europees rijbewijs categorie B hebben, niet vervallen zijn van het recht tot sturen en dat ook niet geweest zijn in de laatste drie jaar, vermeld staan op het voorlopig rijbewijs en vooraan plaatsnemen, en het jaar ervoor geen begeleider geweest zijn op een ander voorlopig rijbewijs, behoudens de familiale uitzonderingen.

Is er een minimumleeftijd om begeleider te zijn?

De tekst legt geen leeftijd vast. Maar omdat je acht jaar rijbewijs B nodig hebt en je dat ten vroegste op je achttiende haalt, is de jongst mogelijke begeleider automatisch 26 jaar.

Moet ik een opleiding volgen om begeleider te zijn?

In Vlaanderen ja, het vormingsmoment van drie uur, als het voorlopig rijbewijs afgeleverd werd vanaf 1 maart 2024. In Wallonië ja, het rendez-vous pédagogique, dat je samen met je leerling volgt in de vrije begeleiding. In Brussel wordt de begeleider niets opgelegd.

Hoeveel kost het vormingsmoment en hoelang is het geldig?

Twintig euro voor drie uur, in een erkende rijschool of bij een erkende instructeur. Het attest is tien jaar geldig, en je deelname wordt digitaal geregistreerd en is raadpleegbaar via Mijn Burgerprofiel.

Wanneer moet ik het vormingsmoment volgen?

Minstens vijf maanden voor het praktijkexamen van je leerling. Dat is de grote valkuil: te laat zijn schuift zijn examen op. Begeleiders van een M12 en van een leerling die van een M18 naar een M36 ging zijn vrijgesteld.

Mogen we met twee begeleiders zijn?

Ja. Het voorlopig rijbewijs 36 maanden aanvaardt een tweede begeleider, in te schrijven bij de afgifte of tijdens de leerperiode. Beiden moeten dezelfde voorwaarden vervullen.

Mag ik twee verschillende personen begeleiden?

In principe niet, door de regel van het jaar dat aan de afgifte voorafgaat. Maar het verbod geldt niet voor je echtgenoot, je kinderen, je kleinkinderen, je broers, je zussen en je pupillen. Twee kinderen tegelijk kan dus wel; een neef na een buurvrouw niet.

Mag ik een glas drinken als mijn leerling rijdt?

Nee. De wet van 16 maart 1968 viseert wie een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing. Je valt onder dezelfde drempels en dezelfde sancties als wanneer je zelf zou rijden.

Wie mag er meerijden tijdens de leerperiode?

Met een voorlopig rijbewijs 36 maanden enkel de begeleider of begeleiders die op het document staan, en eventueel een gebrevetteerde rijinstructeur. Geen enkele andere passagier is toegelaten.

Op welke uren mogen we niet rijden?

Van 22 uur tot 6 uur de volgende ochtend op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van wettelijke feestdagen en op wettelijke feestdagen. De andere nachten van de week mogen wel.

Mag ik betaald worden om iemand te begeleiden?

Nee. Behalve gebrevetteerde rijinstructeurs mag niemand de houder van een voorlopig rijbewijs B tegen betaling begeleiden. Brandstof of een restaurant vormen uiteraard geen probleem.

Wie is aansprakelijk bij een ongeval?

Je leerling rijdt, dus hij is de bestuurder. De BA-verzekering van het voertuig vergoedt de schade aan derden. Jouw strafrechtelijke aansprakelijkheid kan spelen voor je eigen tekortkomingen, bijvoorbeeld alcohol. En zijn de voorwaarden van het voorlopig rijbewijs niet nageleefd, dan kan de dekking betwist worden.

Moet ik de verzekering verwittigen als mijn kind met mijn auto rijdt?

Ja, dat is de reflex die je moet hebben, zeker als hij ze regelmatig gebruikt. Wat telt voor de verzekeraar is zijn leeftijd en zijn gebrek aan ervaring. Eén telefoontje volstaat en het vermijdt elke discussie na een schadegeval.

Hoe verander ik van begeleider tijdens de leerperiode?

Via het gemeentebestuur van de woonplaats van de leerling. De FOD Mobiliteit preciseert dat het nog niet online kan via BelDrive. De nieuwe begeleider moet dezelfde vier voorwaarden vervullen.

Om verder te gaan

Jij bent de begeleider, maar je leerling legt het examen af. Het nuttigste wat je nu kan doen, is hem het juiste gereedschap in handen geven.

Samen te lezen

De 13 theoriemodules, om je eigen reflexen weer bij te spijkeren.
De gevarenherkenningstest, nuttig voor jullie allebei.
Alle artikels over het rijbewijs, voor de rest van het traject.

Artikel opgesteld door het team van PermisPass.be. Voorwaarden, bedragen en termijnen nagekeken op 19 september 2026 bij de FOD Mobiliteit en Vervoer, het AWSR, het Brusselse portaal, de erkende examencentra en de wetteksten.

Bronnen 8

Elke regel die in dit artikel wordt vermeld, komt uit een controleerbare officiële bron. We vragen niet om ons op ons woord te geloven: de links hieronder brengen je naar de oorspronkelijke teksten.

  1. 1
    Koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B: artikel 3 over de voorwaarden van de begeleider, de acht jaar rijbewijs, het verval, de vermelding op het document, de plaats vooraan, de regel van het voorafgaande jaar en de familiale uitzonderingen, de tweede begeleider en de toegelaten passagiers; artikel 6 over de verboden uren; artikel 7 over het verbod tegen betaling te begeleiden; artikel 8 over de minimale leerperiodes van drie maanden in het Waals Gewest en vijf maanden in het Vlaams Gewest. codedelaroute.be
  2. 2
    Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer: artikelen 34 en 35, die wie een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing viseren, en het verbod iemand met duidelijke tekenen van alcoholintoxicatie aan te zetten een bestuurder te begeleiden. wegcode.be
  3. 3
    FOD Mobiliteit en Vervoer, voorlopig rijbewijs B-M36: Belgisch of Europees rijbewijs categorie B afgeleverd sinds minstens acht jaar, verplichting geen andere kandidaat begeleid te hebben in het voorbije jaar met familiale uitzonderingen, rijden met één of twee begeleiders. mobilit.belgium.be
  4. 4
    FOD Mobiliteit en Vervoer, van begeleider veranderen: de stap kan nog niet via BelDrive en moet gebeuren bij de gemeente van de woonplaats. mobilit.belgium.be
  5. 5
    AIBV, vormingsmoment voor begeleiders verplicht vanaf 1 maart 2024: Vlaams Gewest, drie uur, twintig euro, attest tien jaar geldig, termijn van vijf maanden voor het praktijkexamen, vrijstellingen voor het M12 en voor de omzetting van een M18 naar een M36, en geen erkenning in Vlaanderen van een in Wallonië gevolgde opleiding. aibv.be
  6. 6
    AWSR, rendez-vous pédagogique: verplicht voor de kandidaat-bestuurders van de vrije begeleiding en voor elk van hun begeleiders, met overhandiging van het roadbook dat op de examendag voorgelegd wordt. awsr.be
  7. 7
    Brussels Hoofdstedelijk Gewest, opleiding en examens rijbewijs B: de vier opleidingswegen en hun minimumperiodes, negen maanden vrije begeleiding, zes maanden met veertien uur rijschool, drie maanden met twintig uur, rechtstreekse toegang met dertig uur; vereiste van het teken L en een tweede binnenspiegel op de examendag. be.brussels
  8. 8
    Assuralia, autoverzekering: verplicht karakter van de burgerlijke aansprakelijkheid voor elk voertuig in het verkeer, omvang van de dekking voor schade aan derden, en onderscheid met de omnium- en bestuurderswaarborgen. assuralia.be

Bronnen geraadpleegd en gecontroleerd op 19/09/2026. Lijkt een gegeven je verouderd of onjuist? Laat het ons weten, we verbeteren het en dateren de correctie.

Geschreven door

Rayan El Majdoub

Medeoprichter van PermisPass.be

Reacties

Een vraag over het artikel, een aanvulling, een ervaring? Reacties worden gelezen en gemodereerd. Vermijd persoonsgegevens (volledige naam, nummerplaat, dossiernummer): deze pagina is openbaar.

Nog geen reacties. Start de discussie.