
De verplichte uitrusting en documenten
Voor we het over ongevallen hebben, eerst iets eenvoudigs: wat de wet je verplicht aan boord te hebben, en waarom. Deze voorwerpen dienen maar één dag, maar die dag tellen ze.
De vier verplichte uitrustingen
In België moet een auto vier uitrustingen aan boord hebben:
- Een retroreflecterend fluohesje, om gezien te worden zodra je op de rijbaan stapt.
- Een gevarendriehoek, om een stilstaand voertuig te signaleren (punt 11.2).
- Een brandblusser, een Belgische bijzonderheid: België is een van de weinige landen die hem in de auto verplicht.
- Een verbanddoos (eerstehulpkoffer).
Het hesje, binnen handbereik
Meer een goede reflex dan een opbergregel: hou het hesje in het interieur, niet in de koffer. De reden ligt voor de hand: je moet het kunnen aantrekken voor je uitstapt, en het niet achteraan gaan halen midden in het verkeer. Het dragen van het hesje is verplicht wanneer je uit een stilstaand voertuig stapt op de autosnelweg of een autoweg, overdag zowel als 's nachts. ZF
De documenten aan boord
Je moet je rijbewijs kunnen tonen (er titularis van zijn ÉN het bij je dragen), je identiteitskaart, het inschrijvingsbewijs, het keuringsbewijs en het verzekeringsbewijs. Een nuttige nuance: enkel het verzekeringsbewijs mag je tonen als kopie of op je telefoon, de andere toon je als origineel. Het detail van de documenten bij een controle staat in module 09, en de documenten van het voertuig in module 10.
Een attest van verlies vervangt het rijbewijs niet
Een gewoon attest van verlies van het rijbewijs, afgeleverd door de politie, laat je niet toe te rijden. Zolang je je duplicaat niet hebt, ga je niet achter het stuur.
Vóór het ongeval: het tweede ongeval
We plaatsen dit onderdeel bewust vroeg, omdat het tweede ongeval vaak zwaarder is dan het eerste. Het treft wie gestopt is, de helpers, de nieuwsgierigen. Het vermijden is je eerste opdracht.
Een ongeval op voorhand herkennen
Verschillende signalen waarschuwen je nog voor je het ongeval ziet: een plotse vertraging, alarmlichten in een kettingreactie, brokstukken op de rijbaan, rook. Zodra je ze ziet, bereid je je voor.
Wat ik doe bij het naderen
- Vertraag tijdig, zonder bruusk te remmen.
- Zet je alarmlichten aan om wie achter je rijdt te waarschuwen.
- Vergroot je afstand tot het voertuig voor je.
En vorm de reddingsstrook. Het komt neer op één zin: de linkerrij schuift naar links, alle andere schuiven naar rechts, en tussen beide komt de doorgang vrij. Je vormt ze zodra het verkeer vertraagt, zonder te wachten tot alles stilstaat. En je vormt ze niet op de pechstrook, die vrij moet blijven.
Niet stoppen om te kijken
Blijven kijken veroorzaakt files en ongevallen, ook in de andere rijrichting (de kijkfiles). Je stopt enkel als je echt kunt helpen, of als je betrokken bent. Kijken helpt niemand.
Waar stoppen, als je stopt
Als je stopt om te helpen, stop dan voorbij het ongeval en niet ervoor, op de pechstrook of naast de rijbaan, met de alarmlichten aan, nooit dwars over de weg. Je voertuig mag geen extra hindernis worden.
Pech zonder ongeval
Met pech vallen is geen ongeval, maar een stilstaand voertuig op de weg is een gevaar. Hier zijn de juiste handelingen, in volgorde.
Het voertuig in veiligheid brengen
Zet je voertuig weg als bij het parkeren, naast de rijbaan als het kan, anders op de pechstrook. De regels voor stilstaan en parkeren, en de maximale duur dat een voertuig met pech mag blijven staan, staan in module 05.
De drie handelingen, in volgorde
- Zet de alarmlichten aan.
- Trek het hesje aan, voor je uitstapt.
- Stap uit langs de kant tegenovergesteld aan het verkeer.
De gevarendriehoek
Plaats de gevarendriehoek achter je voertuig om wie nadert te waarschuwen:
- Op een gewone weg: op minstens 30 meter.
- Op de autosnelweg: op minstens 100 meter.
Plaats hem zo dat hij op ongeveer 50 meter zichtbaar is, overdag zowel als 's nachts, als aanvulling op de alarmlichten. De gevarendriehoek is verplicht: de alarmlichten vervangen hem niet, je moet hem plaatsen.
Je veiligheid gaat voor de driehoek
Er zijn gevallen waarin de driehoek plaatsen gevaarlijker zou zijn dan hem niet plaatsen: een bocht zonder zicht, een zeer drukke autosnelweg. Dan neem je niet het risico om lang op de rijbaan te stappen. De veiligheid van de persoon gaat voor op het plaatsen van de driehoek.
Op de autosnelweg, de regel die redt
Op de autosnelweg blijf je nooit in het voertuig of er vlak naast. Je gaat weg en wacht achter de vangrail, stroomopwaarts. De pechstrook is een van de gevaarlijkste plekken die er zijn.
De pechhulp bellen
De oude oranje praatpalen langs de autosnelweg bestaan niet meer: ze zijn afgebroken, in 2017 in Vlaanderen en in 2021 in Wallonië. Je belt dus met je gsm, naar 112 of 101. Het moeilijke wordt dan te zeggen waar je staat: steun op de kilometerpalen en het nummer van de autosnelweg.
Het occasioneel slepen
Een vriend uit de nood helpen door hem te slepen mag op een gewone weg, aan zeer lage snelheid en met de alarmlichten aan. Op de autosnelweg mag het niet: daar komt enkel een takeldienst tussen, die je tot de dichtstbijzijnde afrit brengt.
Stilgevallen op een gevaarlijke plaats
Sommige plaatsen vragen een snellere reactie: een bocht zonder zicht, de top van een helling, een tunnel, een overweg. Het ergste is de overweg. Als je voertuig daar geblokkeerd raakt, is de prioriteit absoluut en heeft het voertuig geen enkel belang:
- Laat iedereen onmiddellijk uitstappen.
- Ga weg van de sporen.
- Bel het noodnummer van Infrabel, 1711, met het identificatienummer op de sticker van de paal.
Hoe je je gedraagt op overwegen en in tunnels staat uitgewerkt in module 06.
Beveiligen: de eerste reflex
Dit is de eerste van de drie stappen, en de belangrijkste: voor je wie dan ook helpt, verhinder je dat de situatie erger wordt. Een gewonde helper wordt een slachtoffer erbij.
Eerst jezelf beschermen
Trek je hesje aan, ga naast de rijbaan staan, en hou een oog op het verkeer dat om je heen blijft rijden. Zolang je niet veilig bent, ben je voor niemand nuttig.
Waar je gaat staan, en waar zeker niet
Naast de rijbaan zegt nog niet waar precies. Ga stroomopwaarts van het ongeval staan, aan de kant waar het verkeer vandaan komt, zodat je het ziet aankomen in plaats van het in je rug te krijgen. Zet als het kan een vast obstakel tussen jou en het verkeer: een vangrail, een talud, een boom. Op de autosnelweg is dat achter de vangrail, nooit ervoor. En één plek kies je nooit: tussen twee voertuigen. Wordt er één van achteren aangereden, dan word jij ertussen geplet.
De plaats markeren
- Zet de alarmlichten van de betrokken voertuigen aan.
- Plaats je gevarendriehoek stroomopwaarts.
- Vraag een getuige, op afstand en veilig, om het naderende verkeer te doen vertragen.
De bijkomende risico's wegnemen
Daarna beperk je de gevaren rond het ongeval: de nog draaiende motoren afzetten, de handrem aantrekken, niet roken en de getuigen vragen niet te roken (een brandstoflek is mogelijk), en de nieuwsgierigen op afstand houden.
Je verplaatst de voertuigen niet
Voor de vaststellingen verplaats je de betrokken voertuigen niet, tenzij ze een onmiddellijk gevaar vormen. Hetzelfde geldt voor de slachtoffers: de enige situatie waarin je een slachtoffer verplaatst, is een onmiddellijk levensgevaar, zoals brand of het gevaar verpletterd te worden.
Alarmeren: de oproep naar 112
De tweede stap. Een goede oproep doet de hulpdiensten lange minuten winnen. Een verwarde oproep doet hen er evenveel verliezen.
De Belgische nummers
| Nummer | Waarvoor |
|---|---|
| 112 | Medische hulp, brandweer, ziekenwagen (en politie). Het noodnummer, overal in Europa. |
| 101 | Politie. |
| 1733 | Huisarts van wacht, voor een niet-dringend probleem 's avonds of in het weekend. |
| 1722 | Brandweer voor een niet-dringende interventie (storm, schade). |
| 1711 | Noodnummer Infrabel, voertuig geblokkeerd op een overweg. |
De officiële app 112 BE is handig: ze geeft automatisch je positie door aan de meldkamer. Let op, de Belgische nummers zijn 112 en 101, nooit de nummers van onze buurlanden.
Observeren voor je belt
Dertig seconden observeren is beter dan bellen in paniek. Voor je 112 belt, kijk je: waar ben ik precies, hoeveel voertuigen en slachtoffers, zitten er mensen gekneld, is er brand of een lek.
Wat je aan 112 zegt, in volgorde
- De plaats, zo precies mogelijk: nummer van de autosnelweg, kilometerpaal, rijrichting, zichtbaar herkenningspunt.
- Het type ongeval: hoeveel voertuigen, wat er gebeurd is.
- De slachtoffers: hoeveel, en hun zichtbare toestand.
- De bijzondere gevaren: brand, lek, voertuig op de rijbaan.
Leg nooit als eerste op
De operator van 112 stelt je vragen en geeft je instructies: hij kan de handelingen op afstand begeleiden, ook een hartmassage. Blijf aan de lijn en doe wat hij zegt. Hij beëindigt de oproep, niet jij.
Jezelf lokaliseren op de autosnelweg
Het moeilijkste is vaak weten waar je bent. Op de autosnelweg steun je op de kilometerpalen, het nummer van de autosnelweg, de afritborden en de rijrichting. Een vage plaatsaanduiding doennge minuten verliezen.
Bellen vanaf een moeilijke plek
Twee dingen om te weten. Als je geen netwerk van je eigen operator hebt, schakelt 112 automatisch over op om het even welk ander beschikbaar netwerk: je kunt dus bellen zelfs zonder signaal van je abonnement, zolang er een netwerk is. En veel recente auto's starten bij een zware klap een automatische oproep naar de hulpdiensten (eCall) en geven hun positie door: als dat systeem belt, leg dan niet op.
Misschien heeft niemand gebeld
Ga er nooit van uit dat iemand al gebeld heeft. Op de autosnelweg gebeurt het dat niemand belt, omdat iedereen denkt dat de ander het gedaan heeft. Bij twijfel bel je: een dubbele oproep stoort niet, geen oproep kost levens.
Helpen: de principes
De derde stap, en pas de derde. Helpen is in de eerste plaats geen schade berokkenen. Het principe van niet-verergeren beheerst alles wat volgt: bij twijfel doe je niets meer dan beveiligen en alarmeren.
Wat je niet doet
- Je verplaatst een slachtoffer niet, behalve bij onmiddellijk levensgevaar. Een letsel aan de wervelkolom kan door een verkeerde beweging blijvend verergeren.
- Je neemt de helm van een motorrijder niet af, behalve als het nodig is (punt 11.6).
- Je geeft niets te drinken, te eten, en geen medicijnen.
- Je oordeelt niet en becommentarieert de toestand van het slachtoffer niet in zijn bijzijn.
Wat je altijd doet
Je dekt het slachtoffer toe zodat het niet afkoelt, je praat ertegen, je stelt het gerust, en je blijft erbij tot de hulpdiensten er zijn. Een rustige aanwezigheid doet al veel.
Meerdere slachtoffers: de tegenintuïtieve reflex
Het instinct duwt je naar wie roept. Maar wie roept, ademt, dus zijn luchtwegen zijn vrij. Het is de stille en roerloze persoon die bewusteloos kan zijn, en dus het ernstigst. Meld het aantal slachtoffers aan 112 meteen bij de oproep: de operator stelt prioriteiten en zegt je naar wie je eerst gaat. Als je alleen bent tegenover meerdere slachtoffers, probeer je niet alles te doen: je alarmeert en volgt zijn instructies.
De getuigen organiseren
Een verlamde groep komt in beweging met precieze en persoonlijke opdrachten. Zeg niet dat iemand de hulpdiensten belt, dat werkt niet, iedereen denkt dat de ander het doet. Zeg liever: jij, in het blauwe jasje, bel 112. Jij, daar, ga de defibrillator halen. Een precieze opdracht, gericht aan één persoon, wordt bijna altijd uitgevoerd.
De hulpverplichting
Hulp bieden is niet alleen menselijk, het is een wettelijke verplichting. Iemand in ernstig gevaar niet helpen terwijl je dat kon zonder ernstig risico voor jezelf, is een misdrijf: schuldig verzuim. ZF
De handelingen die levens redden
Hier zijn de basishandelingen, zoals Rode Kruis-Vlaanderen ze aanleert. Ze zijn eenvoudig, maar elk leer je echt in een opleiding. Hier ontdek je hun principe en de juiste reflex. En onthoud: 112 begeleidt je aan de telefoon, zet de luidspreker aan en volg zijn stem.
Het bewustzijn controleren
Praat luid tegen de persoon, stel een eenvoudige vraag, en schud zachtjes aan zijn schouders. Reageert hij niet, dan is hij bewusteloos: bel meteen 112.
De ademhaling controleren
Is de persoon bewusteloos, controleer dan of hij ademt: kantel voorzichtig zijn hoofd achterover, kin omhoog, en kijk of de borstkas rijst, luister en voel de adem, gedurende maximaal 10 seconden. Let op, een happende, abnormale ademhaling is geen echte ademhaling.
Bewusteloos maar ademt: de stabiele zijligging
Is de persoon bewusteloos maar ademt hij, leg hem dan op zijn zij, in stabiele zijligging. Het doel: zijn luchtwegen vrij houden en vermijden dat hij stikt als hij braakt, doordat de mond naar beneden gericht is. De precieze handelingen leer je in een opleiding, en de operator van 112 kan je begeleiden. Je houdt de ademhaling in de gaten tot de hulpdiensten er zijn.
Ademt niet: de reanimatie
Als de persoon niet ademt, telt elke seconde. Alarmeer meteen 112, zet de luidspreker aan, en begin de reanimatie als je het kunt of terwijl je je laat begeleiden:
- Plaats je handen op het midden van de borstkas.
- Duw stevig, ongeveer 5 cm diep (niet meer dan 6).
- Werk door aan een ritme van 100 tot 120 per minuut.
- Wissel 30 borstcompressies af met 2 beademingen, als je die kunt geven.
- Ga door tot de hulpdiensten of een defibrillator er zijn.
Als je de beademingen niet kunt of wilt geven, doe dan alleen de borstcompressies, zonder onderbreking: dat is al zeer nuttig.
De defibrillator (AED)
Een automatische externe defibrillator (AED) hangt op veel openbare plaatsen: stations, winkelcentra, overheidsgebouwen, sportclubs. Zodra er een gehaald kan worden, gebruik je hem. Hij praat en begeleidt je stap voor stap, hij analyseert zelf het hart en geeft enkel een schok als het nodig is: je kunt er dus geen fout mee maken. Je raakt niemand aan tijdens de analyse en de schok.
Een bloeding
Bij een hevige bloeding is de handeling eenvoudig: druk rechtstreeks op de wonde met een propere doek of je beschermde hand, en hou de druk aan zonder los te laten tot de hulpdiensten er zijn. Als de bloeding van een arm of been ondanks de druk niet stopt, kan je een tourniquet aanleggen, maar dat is een handeling die je in een opleiding leert: volg dan de aanwijzingen van 112.
Een brandwonde
Koel met water gedurende 20 minuten, en begin binnen de 20 minuten na de brandwonde. De juiste temperatuur is het koelste dat het slachtoffer die 20 minuten lang verdraagt: nooit ijs of ijskoud water, dat verergert de letsels. Doe er niets anders op, geen vetstof, en prik de blaren niet door. Dek daarna af zonder aan te spannen.
Een bewust slachtoffer
Is de persoon bij bewustzijn maar in shock, leg hem neer, dek hem toe, stel hem gerust en hou hem in de gaten tot de hulpdiensten er zijn. Je geeft hem niets te drinken.
De helm van de motorrijder
In principe laat je de helm op zijn plaats: hem afnemen kan een letsel aan het hoofd of de nek verergeren. Het juiste eerste gebaar is het vizier openen: dat volstaat meestal om het slachtoffer aan te spreken, zijn gezicht te zien en zijn ademhaling na te gaan.
Je neemt de helm enkel af in drie situaties:
- het slachtoffer is bewusteloos en zijn ademhaling is bedreigd, of het moet gereanimeerd worden;
- het braakt;
- het bloedt hevig aan het hoofd.
In die gevallen doe je het bij voorkeur met twee: de ene houdt het hoofd in één lijn, de andere schuift de helm voorzichtig weg, zonder de nek te plooien. En in alle gevallen volg je de instructies van 112.
Wat je nooit doet
- Je verwijdert geen voorwerp dat in een wonde steekt: je drukt eromheen.
- Je zet een lidmaat of gewricht niet terug op zijn plaats.
- Je geeft niets te drinken of te eten.
- Je laat iemand die een klap tegen het hoofd kreeg niet alleen vertrekken, ook al zegt hij dat het goed gaat: je laat hem onderzoeken.
Deze cursus vervangt geen opleiding
Deze handelingen lezen vervangt niet dat je ze geoefend hebt. Rode Kruis-Vlaanderen biedt een opleiding eerste hulp aan, het Europees Eerstehulpbrevet, toegankelijk vanaf twaalf jaar. Goed om weten: naargelang het gewest en het traject kan dit brevet vrijstellen van de opleiding eerste hulp die in het rijbewijstraject vereist is. Enkele uren die op een dag alles kunnen veranderen.
De bijzondere gevallen
Enkele situaties vragen bijzondere aandacht. De rode draad blijft dezelfde: beveiligen, alarmeren, helpen, zonder te verergeren.
Een kwetsbare weggebruiker
Voetganger, fietser, motorrijder: een kwetsbaar slachtoffer is vaak zwaar gewond ook al lijkt het goed te gaan, want niets beschermt het. Laat het niet vertrekken, bel de hulpdiensten en laat het onderzoeken.
Een aanrijding met een dier
Gaat het om een identificeerbaar huisdier, dan probeer je de eigenaar te verwittigen. Gaat het om wild of een wild dier, dan verwittig je de politie, die het nodige doet. In alle gevallen beveilig je de plaats en benader je een gewond en panikerend dier niet, want het kan gevaarlijk zijn.
Een ongeval zonder ander voertuig
In je eentje van de weg raken blijft een ongeval: de verplichtingen blijven gelden. Vooral: als je iets van een ander hebt beschadigd (een afsluiting, een lantaarnpaal, een omheining), moet je dat melden. Zoiets beschadigen en dan gewoon wegrijden is vluchtmisdrijf (punt 11.10). Is de eigenaar afwezig, laat dan op controleerbare wijze je gegevens achter of verwittig de politie.
Een voertuig dat vuur vat
Rook onder de motorkap, een scherpe geur: je hebt heel weinig tijd. Laat iedereen uitstappen en hou de mensen op flinke afstand. Pas daarna, en alleen als het vuur nog maar net begint, dient de brandblusser aan boord ergens toe: je richt op de voet van de vlammen, nooit op de rook. De motorkap zet je maar een paar centimeter open, nooit helemaal, want de lucht die binnenkomt doet het vuur in één klap oplaaien. Zodra de vlammen groter worden, hou je op: een tank en een accu bestrijd je niet met een autobrandblusser. Je gaat weg en je laat het aan de brandweer.
Een elektrisch voertuig
Is er een elektrisch voertuig betrokken, meld dat dan aan de hulpdiensten meteen bij de oproep. Raak de oranje kabels niet aan (hoogspanning). En vat de batterij vuur, dan helpt de brandblusser niet meer: zo'n brand laait vanzelf weer op en vraagt hoeveelheden water die een particulier niet heeft. Je gaat weg en je wacht op de brandweer, die weet wat te doen.
Een transport van gevaarlijke stoffen
Een vrachtwagen met oranje borden vervoert gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval: benader hem niet, ga bovenwinds staan, met de wind in de rug zodat eventuele dampen van je weg waaien, en licht 112 nauwkeurig in, door zo mogelijk de cijfers op het oranje bord voor te lezen, die het product identificeren.
Een ongeval in een tunnel
Een tunnel bundelt alles: de rook kan nergens heen, en niemand ziet wat er vooraan gebeurt. Zet de motor af en laat de sleutel op het contact, zodat de hulpdiensten je wagen kunnen verplaatsen. Gebruik de noodtelefoon van de tunnel liever dan je gsm: die zegt de hulpdiensten in welke tunnel en op welke hoogte je staat. Is er rook, dan verlaat je het voertuig en ga je te voet naar de dichtstbijzijnde nooduitgang. En je keert nooit, je rijdt niet achteruit. Het volledige gedrag in een tunnel staat in module 06.
Een gekneld slachtoffer
Zit iemand gekneld in een voertuig, trek er dan niet aan. Zeg het meteen bij de oproep aan 112, want dan is de brandweer met haar bevrijdingsmateriaal nodig, niet alleen een ziekenwagen. In afwachting praat je tegen de persoon, dek je hem toe en hou je zijn ademhaling in de gaten. Je stem en je aanwezigheid zijn meer waard dan alles wat je alleen zou proberen.
De niet-betrokken getuige
Ben je niet betrokken, dan hoef je niet systematisch te stoppen, maar je moet stoppen als je echt kunt helpen, de hulpdiensten niet hinderen, en aanvaarden te getuigen als men het je vraagt. Je getuigenis kan waardevol zijn om de feiten vast te stellen.
Wanneer jij in het ongeval zit
Alles wat voorafgaat gaat ervan uit dat je getuige bent. Maar op een dag ben jij misschien de betrokkene. Stress en adrenaline veranderen alles: je bent vaak versuft, en de pijn kan verborgen blijven.
De eerste ogenblikken
Beweeg niet bruusk. Neem drie seconden om jezelf in te schatten voor je uitstapt: heb ik ergens pijn, kan ik bewegen. De adrenaline kan een verwonding verbergen, dus je vertrouwt niet enkel op wat je op het moment zelf voelt.
Voor je uitstapt
- Zet het contact af en trek de handrem aan.
- Zet de alarmlichten aan.
- Kijk naar het verkeer om je heen.
- Trek je hesje aan.
- Stap uit langs de kant tegenovergesteld aan het verkeer.
Als je niet kunt uitstappen
Is je portier geblokkeerd of vermoed je een letsel aan rug of nek, forceer dan niet. Hou je gordel om, blijf kalm, bel of laat 112 bellen, en wacht op de hulpdiensten. Koste wat het kost willen uitstappen kan een verwonding verergeren.
Je passagiers
Bekommer je eerst om de mensen, voor het voertuig en de formaliteiten. Controleer eerst de kinderen: zij kunnen niet altijd zeggen waar ze pijn hebben.
Als je je achteraf slecht voelt
Zeg het aan de hulpdiensten, minimaliseer niet, en ga niet opnieuw achter het stuur. Sommige pijnen komen pas later opzetten.
Shock is normaal
Na een ongeval is het normaal om te beven, verward te zijn, moeilijk te kunnen beslissen. Dat is geen teken van zwakte. Zeg het, laat je helpen, en blijf niet alleen. Er bestaat begeleiding.
Het aanrijdingsformulier
Het aanrijdingsformulier boezemt onterecht angst in. Goed ingevuld beschermt het iedereen. Al moet je wel begrijpen waar het echt voor dient.
Wat bijna niemand weet
Het formulier legt de aansprakelijkheid niet vast. Het legt de feiten vast: wie, wanneer, waar, hoe. Het zijn de verzekeraars die daarna op basis van die feiten de aansprakelijkheid bepalen. Een formulier ondertekenen is dus geen schuldbekentenis, het is vastleggen wat er gebeurd is.
Wanneer invullen
Je vult een formulier in voor een ongeval met enkel materiële schade, zonder gewonde. Zodra er een gewonde is, ook licht, bel je de politie.
De voorkant en de achterkant
De voorkant vul je in en onderteken je ter plaatse, door beide bestuurders. Eenmaal ondertekend kan er niets meer aan gewijzigd worden: controleer dus goed voor je tekent. De achterkant vul je later in, ieder afzonderlijk.
De punten die je niet mag missen
- De datum en het uur, de precieze plaats.
- De aangevinkte omstandigheden: dat is het belangrijkste deel, vink precies aan wat er gebeurd is.
- De schets en de zichtbare schade.
- De getuigen en hun gegevens.
- De handtekening van beide partijen.
De schets
Een goede schets toont de positie van de voertuigen, de rijrichting, de verkeerstekens en de wegmarkeringen, en de straatnamen. Eenvoudig en duidelijk is beter dan gedetailleerd en verward.
Het formulier op smartphone
Er bestaan apps voor een digitaal aanrijdingsformulier in België: ze hebben dezelfde waarde als het papieren formulier. Fotografeer in elk geval de plaats voor je de voertuigen verplaatst: overzicht, positie van de voertuigen, schade van elk, nummerplaten, verkeerstekens en wegmarkeringen, sporen op de grond. Foto's vervangen het formulier niet, maar ze vullen het nuttig aan.
De andere bestuurder spreekt je taal niet
Het Europees aanrijdingsformulier is gestandaardiseerd: de vakjes komen overeen van de ene taal op de andere. Ieder kan dus zijn versie in zijn eigen taal invullen, en beide blijven begrijpelijk. Ben je alleen en zonder formulier, noteer dan minstens de nummerplaat, het merk, het model, het uur, de plaats en de gegevens van de getuigen.
Wanneer je toch de politie belt
Sommige gevallen verplichten je de politie te bellen in plaats van je met een formulier tevreden te stellen:
- Onenigheid of weigering te tekenen.
- De andere bestuurder is niet in orde, lijkt onder invloed, of is niet verzekerd.
- Een bestuurder die wil vertrekken.
- Schade aan openbaar domein.
- Een gewonde, ook licht.
Komt de politie niet ter plaatse, ga dan zo snel mogelijk naar het politiekantoor om de feiten te laten vastleggen. In alle gevallen moet je ter plaatse blijven en je identiteitskaart tonen. Tot slot geef je het schadegeval aan bij je verzekeraar, uiterlijk binnen de 8 dagen.
Het vluchtmisdrijf
Dit is een van de zwaarste fouten die een bestuurder kan maken, en vaak uit paniek eerder dan uit kwaad opzet. Ken je ze goed, dan bega je ze nooit.
De definitie
Vluchtmisdrijf is opzettelijk de plaats verlaten van een ongeval waaraan je deelnam, of waarvan je vermoedt dat je het veroorzaakte, om aan de nuttige vaststellingen te ontsnappen. Twee dingen om goed te begrijpen:
- Je moet het ongeval niet veroorzaakt hebben, en er hoeven geen gewonden te zijn.
- Het geldt ook voor louter materiële schade, ook aan een geparkeerd voertuig of aan openbaar domein.
Met andere woorden, wie een geparkeerde auto raakt en wegrijdt zonder zijn gegevens achter te laten, pleegt vluchtmisdrijf. ZF
Het juiste gedrag ter plaatse
Om nooit in vluchtmisdrijf te vervallen, past de regel in drie handelingen: je stopt, je blijft ter plaatse, je identificeert je. Is de eigenaar van wat je geraakt hebt afwezig, dan laat je op controleerbare wijze je gegevens achter of je verwittigt de politie. Nooit vertrekken zonder iets te doen.
Als je het pas achteraf merkt
Het gebeurt dat je een klap voelt zonder te begrijpen wat, of dat je thuis een schram op je bumper ontdekt. Vluchtmisdrijf veronderstelt de bedoeling om aan de vaststellingen te ontsnappen: vertrekken zonder iets gemerkt te hebben is er geen. Maar zodra je het beseft, laat je het niet liggen. Ga zo snel mogelijk naar het politiekantoor om de feiten aan te geven. Wie uit zichzelf komt, staat sterk; wachten tot de politie je vindt via een camera of een getuige zet je precies in de omgekeerde positie.
De gevolgen
De strafrechtelijke sancties voor vluchtmisdrijf, die oplopen naargelang er materiële schade of gewonden zijn, staan uitgewerkt in module 07 en module 09. En er is de verborgen kost: bij vluchtmisdrijf kan je verzekeraar zich tegen jou keren nadat hij het slachtoffer heeft vergoed, zoals module 09 uitlegt. Vluchten kost altijd meer dan blijven.
Na het ongeval
Eens de hulpdiensten weg zijn en het formulier is ingevuld, blijven er stappen te zetten. Niets dringends, maar nuttig om te kennen zodat je niet verloren loopt.
Het voertuig dat niet meer rijdt
Rijdt het niet meer, dan neemt een takeldienst het mee. Op de autosnelweg kies je niet altijd je takeldienst: een erkende takeldienst komt tussen. Zonder bijstandscontract stuurt een oproep naar de 101 er een. Ben je lid van een bijstandsorganisatie (Touring, VAB), dan komt die voor jou tussen.
De expertise en het wrak
Een expert schat de schade in. Kost de herstelling meer dan de waarde van het voertuig, dan wordt het economisch onherstelbaar verklaard: dat noemt men een wrak, en de verzekering vergoedt je op basis van de waarde van het voertuig.
De vervangwagen
Afhankelijk van je contract kun je een vervangwagen hebben en een rechtsbijstand die de verdediging van je belangen op zich neemt. Kijk na wat je verzekering dekt.
De medische opvolging: raadpleeg een arts, ook zonder pijn
Na een klap raadpleeg je een arts, ook al heb je geen pijn. Sommige letsels, zoals ter hoogte van de nek, komen pas een of twee dagen later opzetten. Een medisch attest dat vroeg is opgesteld, is ook belangrijk voor je vergoeding.
De psychologische schok
Je aangeslagen, angstig of niet in staat om opnieuw te rijden voelen na een ongeval is normaal, en dat is geen teken van zwakte. Er bestaat begeleiding: praat erover met je arts.
Een ongeval in het buitenland
Het Europees aanrijdingsformulier is geldig in heel Europa, en de 112 werkt overal in Europa. Je vult je formulier in je eigen taal in, de vakjes komen overeen. Bewaar de gegevens van de andere bestuurder en van zijn verzekering.
De medische geschiktheid en de meldplicht
Rijden veronderstelt dat je medisch geschikt bent. Na een ongeval, een ziekte of een behandeling kan die geschiktheid in het gedrang komen, en de wet voorziet dan een verplichting.
Wat je ongeschikt kan maken
Dat is niet voorbehouden aan zware gevallen. Een zicht dat onder het wettelijke minimum zakt, epilepsie, een slecht geregelde diabetes, onbehandelde slaapapneu, een hartaandoening, een letsel aan de ledematen na een ongeval, of een behandeling die je waakzaamheid blijvend aantast: elk daarvan kan je geschiktheid opschorten, soms alleen zolang je herstelt.
De meldplicht
Ben je niennger medisch geschikt om te rijden, dan ben je verplicht je rijbewijs in te leveren binnen 4 werkdagen bij de dienst rijbewijzen van je gemeente. Je rijdt niet zolang je niet opnieuw geschikt bent.
De rol van de arts en het terugkrijgen
De arts beoordeelt de geschiktheid. Het rijbewijs krijg je pas terug op voorlegging van een medisch attest dat bevestigt dat je opnieuw aan de voorwaarden voldoet, soms met bijzondere voorwaarden (bril dragen, aanpassingen aan het voertuig).
Wanneer een artsenadvies niet volstaat
Voor de ingewikkelde gevallen heeft België een apart organisme, CARA. Het beoordeelt of je nog kunt rijden na een ziekte of een ongeval, en bepaalt of je voertuig aangepast moet worden. Die beslissing vertaalt zich in codes op je rijbewijs, die zeggen onder welke voorwaarden je mag rijden: visuele correctie, automatische versnellingsbak, bediening verplaatst naar het stuur.
Eindoverzicht
Eén pagina om te onthouden. Als je maar één ding uit deze module mag onthouden, dan is het de reflexfiche hieronder.
De reflexfiche: beveiligen, alarmeren, helpen
1. BEVEILIGEN. Hesje. Alarmlichten. Gevarendriehoek. Ik ga naast de rijbaan staan. Ik zet de motoren af. Ik verplaats voertuig noch slachtoffer, behalve bij levensgevaar.
2. ALARMEREN. Ik bel 112. Ik zeg de plaats, het type ongeval, het aantal slachtoffers, de gevaren. Ik hang niet als eerste op.
3. HELPEN. Ik ga eerst naar het stille slachtoffer. Bewusteloos en ademt: op de zij. Ademt niet: ik druk op het midden van de borstkas (100 tot 120 per minuut) en ik volg 112. Bloeding: ik druk. Ik geef niets te drinken. Ik dek toe, ik stel gerust, ik blijf.
De noodnummers
| Nummer | Waarvoor |
|---|---|
| 112 | Medische hulp, brandweer, ziekenwagen (en politie) |
| 101 | Politie |
| 1733 | Huisarts van wacht, niet-dringend |
| 1722 | Brandweer, niet-dringende interventie |
| 1711 | Noodnummer Infrabel, overweg |
De gevarendriehoek en het hesje
| Waar / wanneer | |
|---|---|
| Hesje | In het interieur; aangetrokken voor je uitstapt; gedragen wanneer je op de autosnelweg of autoweg uitstapt |
| Gevarendriehoek | 30 m op een gewone weg, 100 m op de autosnelweg, zichtbaar op 50 m, dag en nacht |
Wat je doet, wat je nooit doet
| Je doet | Je doet nooit |
|---|---|
| Beveiligen voor je helpt | Een slachtoffer verplaatsen zonder levensgevaar |
| 112 bellen en aan de lijn blijven | Een helm afnemen zonder reden |
| Op de zij leggen als bewusteloos en ademt | Te drinken of te eten geven |
| Een bloeding dichtdrukken | Een voorwerp uit een wonde trekken |
| Toedekken, geruststellen, blijven | Laten vertrekken na een klap tegen het hoofd |
| Stroomopwaarts gaan staan, achter een vast obstakel | Wachten tussen twee voertuigen |
| De motorkap een paar centimeter openzetten bij een beginnende brand | De motorkap helemaal openen, of doorgaan als het groter wordt |
De checklist van het formulier
- Datum, uur, precieze plaats.
- Aangevinkte omstandigheden, het belangrijkste deel.
- Schets, zichtbare schade.
- Getuigen en gegevens.
- Handtekeningen, na controle.
- Foto's voor je de voertuigen verplaatst.
* Bronnen van deze module: wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, artikel 33 voor het vluchtmisdrijf en artikel 42 voor de rijgeschiktheid; koninklijk besluit van 1 december 1975, artikel 51 voor de waarschuwingsknipperlichten en de gevarendriehoek, artikelen 81 en 82 voor de verplichte uitrusting aan boord; artikel 422bis van het Strafwetboek voor het schuldig verzuim; wet van 21 november 1989 op de verplichte verzekering voor de vergoeding en het aanrijdingsformulier. De eerstehulphandelingen volgen de aanbevelingen van het Rode Kruis-Vlaanderen en van de European Resuscitation Council; deze cursus vervangt geen EHBO-opleiding. Eén noodnummer: 112. Officiële app: 112 BE. Informatie geldig in 2026.
Theorie gelezen? Test jezelf.
Ga de uitdaging aan met de quiz van deze module — verbeterde vragen, examenstijl.
Doe de quiz van de module →